Het laatste nieuws

Wie leidt het familiebedrijf als de directeur overlijdt?

Wat als je vader of man plotseling overlijdt en er niemand is om het familiebedrijf te runnen? Drie nazaten vertellen.

"Mijn zus sprak me streng toe: en nu ga je het gewoon doen."

"Hij heeft altijd gezegd: “Als er ooit iets met mij gebeurt, geef ik je een week om te rouwen en daarna moet je gewoon weer aan de bak.” "

* Bronvermelding FD Persoonlijk 

Marlous Spaven (40)
Verloor in februari 2017 plotseling haar vader, oprichter en eigenaar van TIM Dialogue Marketing.

Het bedrijf had toen 6 medewerkers en een omzet van € 330.000.

In het jaar van haar vaders overlijden wist Spaven de omzet naar € 410.000 te brengen. Er werken nog altijd 6 mensen.

‘We gaven op een vrijdagmiddag samen een workshop voor de gemeente Den Haag. Mijn vader woonde in Uithoorn en ik in Delft. Op de terugweg zette hij mij thuis af; hij kwam ook nog even binnen om mijn twee jongens een kus te geven. Bij de deur zei hij: “Nou Marlous, het ging zo goed vandaag, jij hebt mij eigenlijk helemaal niet meer nodig.” Dat is het laatste wat hij tegen me heeft gezegd. Die nacht belde mijn stiefmoeder om te vertellen dat ze in eenambulance op weg waren naar het ziekenhuis. Mijn vader had een hartstilstand gehad. Hij heeft nog een week in coma gelegen, maar ze konden hem niet meer redden. Hij is 66 geworden.’

‘Een jaar of vijf daarvoor vertelde mijn vader dat de accountdirector van zijn marketingbureau vertrok. Of ik misschien nog iemand wist. Ik werkte bij KPN als communicatieadviseur. Heel impulsief zei ik: “Ja, die zie ik elke dag in de spiegel.” We hadden er nooit eerder over nagedacht om te gaan samenwerken, dus besloten we dat idee eerst nog even goed te laten bezinken. Hij heeft volgens mij wel honderd mensen om advies gevraagd­. Velen raadden het hem af, omdat we ook onze persoonlijke relatie op het spel zouden zetten. Maar na een week nadenken hebben we toch de knoop doorgehakt.’

‘We hebben in die vijf jaar tijd misschien twee keer woorden gehad. We lijken behoorlijk op elkaar, maar mijn vader was nog net iets koppiger dan ik. Als een klant iets wilde aanpassen waar een campagne niet beter van werd, zette hij zijn hakken in het zand. Dan wist hij het beter, hij had tenslotte 35 jaar ervaring. Terwijl ik soms vond dat hij zijn trots moest inslikken omdat de klant betaalt. Daar kon hij weleens boos om worden. Maar een dag later was dat al uitgepraat en zaten we weer op één lijn. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vijf was. Nu haalde ik de tijd die ik niet met hem had toen ik opgroeide, als het ware in. Ik zag hem eindelijk weer elke dag en dat is me heel dierbaar.’

Slordige administratie
‘Hij heeft altijd gezegd: “Als er ooit iets met mij gebeurt, geef ik je een week om te rouwen en daarna moet je gewoon weer aan de bak.” Hij hield van botte humor. Maar er was ook geen andere optie. Het bedrijf moest draaiende blijven. Ik had al 20 procent van de aandelen en moest ineens een investeerder vinden om zijn 80 procent van de familie te kopen. Daarnaast was mijn vader slordig in zijn administratie. Ik moest bijvoorbeeld lang zoeken naar de papieren waarin stond wie alle aandelen in handen hadden. Die vond ik uiteindelijk in een mapje met voorbeelden van direct-mailcampagnes.’

‘Het hielp om me op die praktische dingen te kunnen richten. Maar ik vond het wel moeilijk om naar kantoor te komen en zijn lege stoel bij de lunch te zien. Hij werkte altijd boven in een apart kamertje omdat hij zich daar beter kon concentreren op zijn teksten. En nu stond ik daar ineens zijn bureau uit te ruimen.’

Koude acquisitie
‘Toen hij wegviel, waren we niet alleen onze directeur kwijt, maar hadden we ook een nieuwe copywriter nodig. De lat lag hoog. Het moest iemand zijn met net zo veel ervaring. Na lang zoeken heb ik een copywriter gevonden met het juiste geluid, maar die was wel minder breed inzetbaar dan mijn vader. Dat vullen we nu dus aan met freelancers. Sommige klanten gingen na het overlijden van mijn vader gemakkelijk met ons door, anderen dachten minder vaak aan ons. Daarom heb ik ook snel iemand aangenomen om koude acquisitie uit te voeren. Die heeft dat geweldig gedaan en veel nieuwe klanten voor ons aangetrokken.’

‘Ik ben het meest trots op het feit dat we er nog zijn met ons bedrijf. Sterker nog, het team is dus vernieuwd en draait sinds een halfjaar als een geoliede machine. Misschien moet mijn echte rouw nog komen, ik weet het niet. Het verlies zit nog steeds diep, maar dat zorgt er ook voor dat ik me wil bewijzen. Ik ben in dit moeilijke­ jaar ook gegroeid. En ik heb het allemaal niet alleen voor mezelf gedaan, maar ook voor hem.’

‘Toen hij wegviel, realiseerde ik me dat er nu niemand meer was die me zonder bijbedoelingen adviezen gaf’

Ruud de Groot (49)
Verloor in 2009 onverwacht zijn vader, oprichter en directeur van De Groot Bewerkingsmachines.
Het bedrijf had rond zijn overlijden 73 mensen in dienst. Nu zijn dat er 95.

‘I k had het weleens met mijn vader gehad over de opvolging, maar die gesprekken eindigden altijd met de afspraak dat we het volgend jaar zouden gaan regelen. We stelden het steeds uit, ook omdat ik enig kind ben. “Straks is toch alles voor jou jongen”, zei hij dan. Maar toen hij op zijn 63ste totaal onverwacht overleed, hadden we dus niks op papier staan.’

‘Hij is in 2009 gestorven. Drie jaar eerder hadden we samen een tweede huis gekocht in Portugal. Hij was daar op vakantie met zijn vriendin en zijn zus en zwager. Tijdens een telefoongesprek met een vriend zei hij: “Wacht even, ik voel me ineens niet zo lekker, ik bel je zo terug.” Hij hing op en viel dood neer. Ik kon het nauwelijks geloven, want twee uur daarvoor had ik hem zelf nog lachend aan de telefoon gehad. Achteraf bleek dat hij een aneurysma had. Dan springt er een slagader open en ben je binnen twee minuten overleden. Het is een heel vreedzame, maar ook abrupte dood.’

‘Mijn vader is in 1978 zijn bedrijf in bewerkingsmachines gestart. Hij begon in een schuur, maar groeide daar al snel uit. In 1991 trad ik als zeventiende medewerker tot het bedrijf toe. Ik was verkoper, veel op pad dus. In die zin lijk ik wel op mijn vader. Hij was een echte handelsman, legde gemakkelijk contact met mensen. Het liefst stond hij elke dag op veilingen en beurzen.’

‘Toen het bedrijf steeds harder groeide, veranderde het ook. Er kwamen nieuwe afdelingen bij, zoals een klantenservice en een marketingafdeling. Die moesten gemanaged worden en er moest ook weleens een vergadering plaatsvinden. Daar had hij moeite mee. Hij richtte zich het liefst op de verkoop. De andere taken schoof hij steeds meer mijn kant op.’

De beuk erin
‘Op het moment dat hij overleed, had ik dus al een deel van de dagelijkse leiding in handen. Maar mijn rol veranderde wel. Eerder kon ik altijd bij hem terecht met mijn vragen, nu moest ik ineens alles zelf beslissen. Ik was verdrietig, maar besefte ook meteen hoeveel verantwoordelijkheid ik nu had. In het begin moest ik vooral wennen aan het feit dat hij hier niet meer rondliep. Want hij was altijd aanwezig en wees mij dan op kleine dingen. Als een van de medewerkers zich niet goed voelde, zag hij dat meteen. En als er te veel voorraad was, zei hij daar ook iets van. Dat vond ik weleens vervelend, maar toen hij wegviel, realiseerde ik me dat er nu niemand meer was die me zonder bijbedoelingen adviezen gaf.’

‘Voor het personeel was het ook zwaar. We hadden inmiddels zo’n tachtig mensen in dienst. Velen van hen werkten hier al jaren. Een dag na de begrafenis stond een enorm evenement gepland dat we eens in de twee jaar organiseren. Een soort feestelijke open dagen waarop duizenden klanten langskomen. Moesten we dat wel laten doorgaan? Mijn vrouw en ik hebben lang met elkaar gepraat en uiteindelijk gezegd: we kunnen nu de hele dag gaan zitten treuren, of we gooien de beuk erin. We hebben voor dat laatste gekozen. Tot op de dag van vandaag heb ik er geen spijt van dat we die open dagen gewoon hebben doorgezet. Voor de medewerkers was het juist prettig samen iets te kunnen doen. En veel klanten zeiden: “Jouw pa had het niet anders gewild.”’

Wekelijks naar het graf
‘Omdat we de opvolging niet officieel hadden geregeld, heb ik twee jaar lang moeten wachten op de definitieve aanslag van de Belastingdienst. Dat zorgde voor veel onzekerheid, terwijl ik juist graag wilde investeren in het bedrijf om een positief signaal af te geven aan de klanten en het personeel. Mijn dochter van 22 en mijn zoon van 24 werken sinds kort ook in het bedrijf. Toen mijn vader overleed, wisten mijn vrouw en ik meteen dat we de opvolging voor onze kinderen wél goed wilden organiseren. De waarde van het bedrijf en de overdracht van de aandelen zijn nu allemaal vastgelegd.’

‘Ik bezoek nog elke week het graf van mijn vader. Dat doe ik in mijn eentje, op zondagochtend. Vind ik fijn. En dan kan ik hem voor mijn gevoel ook bedanken voor het leven dat ik heb gekregen. Ik heb er geen verdriet meer van. Als ik aan hem denk, denk ik aan de leuke dingen die we samen hebben meegemaakt. Bovendien gaat het goed met het bedrijf. Ik denk dat hij heel trots zou zijn op hoe het er nu voor staat.’

‘Ik heb de medewerkerstoegesproken en gezegd dat ik maar één wens had: dat Wedding bleef bestaan’

Carin Wormsbecher (58)
Verloor in 2001 haar man, directeur en eigenaar van Drukkerij Wedding.

Het bedrijf had op dat moment 12 medewerkers en een omzet van omgerekend zo’n € 550.000.

De drukkerij heet inmiddels Wedding Nederland. Er werken 16 mensen en in 2017 was de omzet € 1,5 miljoen.

‘In het eerste jaar na het overlijden van Gerard heb ik ongelofelijk veel gehuild. Er kwamen emoties los waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Dan was ik bijvoorbeeld met iemand in gesprek en ging er uit het niets een sluis open. Als een soort tsunamigolf kwamen de tranen eruit, minutenlang. Daarna ging het wel weer even.’

‘Ik ben ruim dertig jaar geleden bij Wedding komen werken, als fotografisch zetter. Gerard en ik konden meteen goed met elkaar opschieten, maar aan een relatie dacht ik niet. Hij was mijn baas en ik was bovendien net gescheiden. Toch kregen we na een paar jaar een relatie, want er bleken wel degelijk gevoelens te zijn tussen ons.’

‘In 1991 zijn we getrouwd en werd ik meewerkend echtgenote. Dat hield in dat ik eigenlijk alles deed waar Gerard minder zin in had. Hij was een goede baas, maar bijvoorbeeld niet de man die de functioneringsgesprekken voerde. Vond-ie gedoe. Dat soort dingen deed ik, maar Gerard was de kapitein. Die rol van tweede partij was voor mij prima, ook omdat een ondernemer iets magisch voor mij was. Ik was ervan overtuigd dat ik zoiets nooit zou kunnen.’

‘Gerard was een directieve baas, hij controleerde alles. Hij kon vrijwel iedereen in het bedrijf vervangen. Als een order binnenkwam, bepaalde hij wie wat ging doen en wanneer. Dat maakte mensen passief. Dat was overigens ook een frustratie van hem. Niemand dacht zelfstandig na over de vraag hoe dingen beter of anders konden. Maar dat had-ie in feite zelf gecreëerd.’

‘Hij overleed op een zondagavond. Totaal onverwachts. We lagen samen in bed. Ik sliep eigenlijk al, maar werd ineens wakker. Gerard­ zat rechtop naast me, met zijn handen om zijn hoofd. Hij kon nog net uitbrengen dat-ie zo’n pijn had en misselijk was. Ik zag meteen dat het niet goed was. Dat voel je, aan alles in je lijf. Ik ben naar de keuken gerend om een emmer te halen. Hij moest overgeven en daar zat bloed bij. Toen zag ik de ene kant van zijn gezicht wegzakken. Twintig minuten later is hij overleden, aan een hersenbloeding. Er was een grote ader in zijn hoofd gesprongen­. Hij is 58 jaar geworden­.’

Donkere deken
‘Die vrijdag is hij gecremeerd en ik ben de maandag erna weer naar de zaak gegaan. ’s Ochtends had ik een afspraak met de accountant, want ik wilde weten waar het bedrijf stond. ’s Middags heb ik de medewerkerstoegesproken en gezegd dat ik maar één wens had: dat Wedding bleef bestaan, en dat ik op zoek zou gaan naar een koper of een nieuwe directeur. Ik dacht: Gerard heb ik niet kunnen redden, maar Wedding gaat niet dood.’

‘Gerard is op 5 maart 2001 overleden. Op 12 januari van het jaar erna kregen we de jaarcijfers. Ik had nog steeds geen opvolger gevonden, maar we hadden meer omgezet en meer winst gemaakt dan het jaar ervoor. Toen wist ik: het gaat goed komen. Drie dagen later belandde ik in een zware depressie. Alsof er een donkere deken over me heen viel. Nu was het mijn beurt. Samen met de huisarts heb ik een psycholoog gezocht. Ik heb een maand thuisgezeten, en het heeft nog twee jaar geduurd voordat ik echt was hersteld. Dat rouwproces sloot ik af door mijn meisjesnaam weer aan te nemen.’

Door de crisis gesleept
‘Ik vond geen koper voor het bedrijf. En ook geen nieuwe directeur. Vanaf dag één was ik al op de stoel van Gerard gaan zitten. Letterlijk, in zijn kantoor. Dat voelde fijn. Alsof ik toch nog een beetje bij hem kon zijn. Maar ik nam de eerste twee jaar niet echt de leiding. Totdat mijn zus me streng toesprak: en nu ga je het gewoon doen, jij kunt dat.’

‘Ik doe het anders dan Gerard. Meer vanuit mijn hart. Ik ben geen drukker en slecht met cijfers. Die verantwoordelijkheden heb ik bij anderen gelegd. Ik heb het bedrijf door de crisis gesleept en veranderd. We waren een klassieke drukkerij, maar worden nu steeds meer een dienstverlenende uitgeverij. Zelf ben ik ook veranderd en veel gelukkiger geworden door het ondernemerschap, doordat ik alle onzekerheid van me af heb kunnenschudden. Ik weet wat ik niet kan, maar het zit me niet meer in de weg. En natuurlijk mis ik hem, maar ik heb Wedding. Dat is toch nog steeds een beetje Gerard.’