Waarvoor geldt de verlaging van de overdrachtsbelasting?
Woningen
De maatregel ziet uitsluitend op de verkrijging van woningen.
Onder woningen wordt in dit kader verstaan onroerende zaken die naar hun aard zijn bestemd voor bewoning door particulieren. Het maakt geen verschil of de verkrijger de woning zelf gaat bewonen of dat de verkrijger de woning verhuurt aan een particulier.
Ondergrond, tuin en andere aanhorigheden
De ondergrond en de tuin behoren tot de woning. Tot de woning behoren ook aanhorigheden zoals garages, schuren, serres, aan- en uitbouwen, tuinhekken en dergelijke die zich bevinden op hetzelfde perceel als de woning. Een garage die tot hetzelfde gebouwencomplex als de woning behoort, wordt ook tot de woning gerekend.
Voorbeeld
Een parkeerplaats onder door particulieren bewoonde flats in een flatgebouw wordt tot de woning gerekend.
Tijdelijke leegstand
Tijdelijke leegstand ontneemt aan de onroerende zaak niet het karakter van woning.
Uitzonderingen
Onroerende zaak niet geheel bestemd voor bewoning
Voor onroerende zaken die niet geheel zijn bestemd voor bewoning geldt het volgende.
Uitgangspunt is dat uitsluitend op de waarde van het deel dat voor particuliere bewoning is bestemd het tarief van 2 procent wordt toegepast.
Als de onroerende zaak qua oppervlakte nagenoeg geheel (90% of meer) bestemd is voor bewoning, kan voor de verkrijging van de gehele onroerende zaak het tarief van 2% worden toegepast.
Voorbeelden van onroerende zaken waarvoor de regeling niet geldt
Niet als woning aan te merken zijn in ieder geval:
- bedrijfsgebouwen en –ruimtes;
- afzonderlijke garageboxen;
- hotels/pensions;
- asielzoekerscentra;
- een onroerende zaak die bestemd is voor gebruik als een verpleeg- of verzorgingsinstelling of ziekenhuis;
- internaten; en
- grond bestemd voor woningbouw